Nawoord:
Er is veel te vertellen over de reis.
Het was een mooie reis, maar heimwee en financiële zorgen hebben het “genieten” behoorlijk beïnvloed.
Ik heb geprobeerd de reis mede te laten financieren door betalende opstappers mee te nemen. Op een enkele uitzondering na is dat behoorlijk tegengevallen. Het is moeilijk om volledig aan de verwachtingen van die opstappers te voldoen en sommigen denken op een “cruiseschip” aan boord te stappen met een “all inclusive” pakket aan diensten.
Een oceaanoversteek blijkt geen sinecure te zijn. Van Gran Canaria naar de Kaap Verden was het weer redelijk, alhoewel we de eerste 12 uur een stevige wind hadden met 6 meter hoge golven. Van de Kaap Verden naar Trinidad ging het er van tijd tot tijd ook stevig aan toe. In dezelfde periode werd Dominica, een eiland ten noorden van Martinique, nog getroffen door een tropische storm en daarvan hebben wij een staartje mee gekregen.
Wij vertrokken één dag voor de start van de ARC (200 boten van Gran Canaria naar St. Lucia). Deze schepen hebben een iets noordelijker koers aangehouden en die hebben het evenals wij behoorlijk voor kun kiezen gehad. In de verslagen van de ARC kwamen mastbreuken, totaal verlies en man over boord situaties voor. Onze oversteek ging gelukkig niet gepaard met zulk soort zaken, maar ons overkwam de schrik van elke ‘shorthanded sailor” de stuurautomaat begaf het. Dat betekende 15 dagen op de hand sturen en dat met z’n tweeën. Dat was heel erg zwaar. Toen we vervolgens ook nog een accuprobleem kregen, waren we helemaal op ons zeemanschap aangewezen. Dat was dus zeker geen plezierreisje.
Maar ja, het hoort bij het avontuur.
Ik heb leuke contacten opgedaan onderweg. Die zeilers zijn als het ware één familie. Je komt elkaar ook weer tegen in volgende havens. Solozeilers en zeilers met complete gezinnen aan boord. Ook proberen zeilers met charter de kosten een beetje te dekken, maar ik heb de indruk dat het geen vetpot is. De meeste hebben wel een aardig zakcentje op de bank of hebben een pensioen.
De eilanden zijn interessant. Ten zuiden van Martinique zijn ze ook mooi. Tropische bossen, steile bergen, mooie baaien. En glashelder water. Vanaf Martinique wordt het minder. (Dominica uitgezonderd). Het mooiste vond ik de eilanden vanaf Trinidad tot St. Vincent. Met Bequia als uitschieter. Sint Maarten vond ik een regelrechte afgang, zeker het Nederlandse deel. Als ik erover schrijf of praat word ik nog kwaad.
Het in- en uitklaren is uiterst vervelend en tijdrovend. In elk ‘gat’ staat wel weer een douanebeambte klaar om je een zooitje dollars uit de zak te kloppen. En je krijgt er niets voor terug. Ook betaal je hier en daar extra voor het milieu en het “onderwaterpark”. Naar mijn idee is het pure werkverschaffing. Veel beter zou zijn om éénmaal een bedrag te betalen voor de hele Carieb en dan niet meer of nog beter het hele systeem af te schaffen en de mensen nuttiger dingen te laten doen. Op Sint Maarten hebben ze het helemaal te dol gemaakt. Daar hebben ze de prijzen in 1 jaar maar met enkele 100-en procenten verhoogd, dus mensen “Niet naar Sint Maarten”.
Hoe verder je naar het noorden gaat, des te hoger worden ook de liggelden. Tot Antigua is het nog redelijk, maar dan ….. St. Barth daar schrik je van en in Sint Maarten kom er niet meer van bij. Dus ankeren! Je spaart er een bijboot met buitenboordmotor mee uit.
De bevolking is sympathiek. Ook daarvoor geldt weer dat hoe noordelijke je komt hoe minder. In Trinidad moesten we worden binnengesleept, omdat we de motor niet meer konden starten. Twee pikzwarte Trinidianen in een motorboot met 2 x 250 PK hebben ons naar binnen gesleept en wilden zelfs geen vergoeding voor de benzine. Later bleek dat die ook geen drol daar kost, maar kom daar in Nederland maar eens om. Dan moet je het heel goed treffen.
Met de bevolking leg je snel contact. Ze zijn blij met je en willen je in alles helpen. Hoewel er voor wordt gewaarschuwd, heb ik geen ‘nare’ dingen meegemaakt. Hier en daar willen jongetjes nog wel eens wat geld van je aftroggelen door aan te bieden op je bijboot te passen, een boodschap voor je te doen of je te ontlasten van je afval, maar dat is dan ook alles. Naar het noorden is het meer toeristisch en willen ze aan je verdienen. Weer Sint Maarten is alles kitsch en namaak en alles op de grote cruiseschepen ingesteld.
De boot moest in Sint Maarten voor 5 weken op de kant en dat heb ik bij Bobby’s Marina gedaan. Die werf zal ik niemand aanbevelen. Wat een geldklopperij.
De boot is een goede keuze geweest. Een Beneteau Océanis 411, waarvan er in de Carieb 100-en rondvaren. Buiten de stuurautomaat, waarvan de koolborstels versleten waren, heb ik geen enkel probleem gehad. De motor (Yanmar), tuigage, zeilen, romp, ankergerei, het is allemaal heel gebleven en heeft optimaal gefunctioneerd. Ik zou zo nog eens rond kunnen met het schip.
Ik had slechts 2 genua’s en 1 grootzeil aan boord. Voor mijn vertrek heb ik nog een spinaker of halfwinder overwogen, maar die zou ik maar zelden nodig hebben gehad. Naar en in de Carieb hebben we steeds stevige wind gehad. Op de terugweg hebben we meerdere dagen windstilte gehad en dan heb je ook niets aan die grote lappen.
Wel zou ik een volgende keer zonnepanelen en een windgenerator op de boot willen hebben. Die heb ik gemist, want je kunt maar zelden een stekker in 220V steken. Op de Carieb is alles 110 V en 60Hz en wij hebben 220V met 50 Hz. Bovendien fluctueert de stroomsterkte nog wel eens en dat heeft bij mij bijna brand veroorzaakt (Op Antigua bij Nelson’s Dockyard).
Op veel plaatsen is internet. Met een antenneversterker kun je soms Wifi binnenhalen. Ook zijn er veel betaalde providers. Maar helaas nog lang niet overal en dat is niet bevorderlijk voor de heimwee. Ik had Skype aan boord met een webcam, maar die laatste kan bijna niet gebruikt worden, want daarvoor is het signaal meestal te zwak. Bellen lukte soms wel met skype en dan was het gratis (als de ontvanger ook Skype heeft geïnstalleerd).
Met eten en drinken heb ik geen problemen gehad. Ook niet met diarree of zo. Ik dronk gewoon het water uit de boottank, dat ik zo hier en daar tankte. Ook had ik flessen water aan boord voor de ‘lekkerigheid’. Op veel plaatsen moet je niet plannen wat je vanavond wilt eten, maar gewoon de winkel of het kraampje binnenlopen en kijken wat er te krijgen is. Grote supermarkten, zoals wij die kennen, zijn er maar zelden.
Met uitzondering van Antigua heb ik overal geld kunnen pinnen. In Antigua moest ik naar de balie van de bank. De munteenheden zijn de EC dollar en de US dollar. Op de Franse eilanden is er de Euro. Als je op een US dollar eiland wil betalen met Euro, dan is de wisselkoers 1 op 1. Een beetje oneconomisch dus.
Zou ik het weer een keer doen?????
Misschien als ik het met een partner kan doen en voldoende geld heb om me geen zorgen te hoeven maken. Of het dan de Carieb wordt, dat weet ik nog niet. Ik denk dat de Middellandse zee of de Canarische Eilanden ook erg leuk zijn om de winter door te brengen. Het is ook wat dichterbij en heeft goede en goedkope vliegverbindingen, de communicatie gaat wat makkelijker en het is wat meer ontwikkeld.
Maar voorlopig ligt de boot in de verkoop en heb ik een huis in Almere. Eerst weer een baan en de kas bijspekken. Ook moet ik nog een fotoverslag van mijn reis maken en ga ik nog een tijdje nagenieten van alle belevenissen.
Wil je informatie? Je kunt me bellen op 0651054903 of emailen naar benroos@planet.nl